Inloggen
Contact

Stroomversnelling pleit voor scherpere BENG


Foto: Architectenweb.nl
De voorgestelde eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG) zijn te soepel en de nieuwe rekenmethodiek voor de bepaling van de energieprestatie van gebouwen leidt tot een lagere bouwkwaliteit en minder duurzame woningen. Daarvoor waarschuwt een coalitie van Stroomversnelling en partners die daarom aangescherpte eisen voorstellen.

BENG houdt de bouw bezig. De nieuwe voorgestelde eisen voor bijna energieneutrale gebouwen bleken soepeler dan de voorlopige eisen en zouden volgens critici nauwelijks strenger zijn dan bestaande verplichtingen uit 2015 (energieprestatiecoëfficiënt 0,4). Stroomversnelling deelt deze kritiek en roept samen met Brink, Nederlandse Isolatie Industrie en RC Panels op om de rekenmethodiek in het concept ‘wijziging Bouwbesluit 2012 BENG 2020’ aan te scherpen. Stroomversnelling diept de kritiek verder uit in een reactie op de internetconsultatie van het te wijzigen Bouwbesluit.

Maandlasten in sociale sector onnodig hoog
De nieuwe rekenmethodiek zou volgens Stroomversnelling en de andere stakeholders leiden tot een lagere bouwkwaliteit en minder duurzame woningen. “En dat heeft mogelijk grote gevolgen. Allereerst worden de maandlasten van de bewoner onnodig hoog. Besparingen op bouwkosten leiden met de gestelde eisen tot minder energiebesparing. Dit heeft als gevolg dat de woonlasten van nieuwbouwwoningen zullen stijgen. Vooral voor bewoners met een lager inkomen, gebruik makend van nieuwbouw in de sociale woningsector, weegt dit zwaar.”

Niet ambitieus genoeg
Het gekozen rendement van het elektriciteitssysteem in de rekenmethodiek bemoeilijkt ook het behalen van de klimaatdoelstelling, stellen de organisaties. “Het is simpelweg niet ambitieus genoeg. Tot slot staat de belangrijkste indicator voor de kwaliteit van de isolatieschil, BENG 1, niet meer in relatie tot de werkelijke prestatie van de schil.”

Drie aanbevelingen
Stroomversnelling en de andere stakeholders hebben drie aanbevelingen voor de nieuwe rekenmethodiek en de voorlopige BENG-eisen. Het eerste punt is dat de woonlasten van bewoners centraal moeten staan bij de kostenoptimalisatie en -effectiviteitsberekening en dat de kosten van netverzwaring en eventuele kosten van zwaardere woonhuisaansluitingen hier integraal in mee worden genomen. Het tweede punt is dat de waarde voor het rendement van het centrale elektriciteitsysteem bepaald wordt op basis van de huidige praktijkwaardes voor het energiesysteem. Het derde en laatste punt is dat de netto warmtevraag voor ruimteverwarming toegevoegd wordt aan de BENG-indicatoren dan wel de BENG 1-indicator verplaatst.